terug

Oosterkerk

Oosterkerk

Oosterkerkstraat 1, Aalten

Inleiding

De gereformeerde kerk "Oosterkerk", gelegen ten zuiden van de Oosterkerkstraat, is in 1913 gebouwd in opdracht van de gereformeerde kerk van Aalten naar ontwerp van de architect A. Nauta uit Holwerda. Voor de bouw van de nieuwe kerk moest de reeds bestaande Oosterkerk (uit 1844) die te klein geworden was, worden gesloopt en moest een extra stuk terrein worden aangekocht. De nieuwe kerk werd gebouwd met 790 zitplaatsen en er werd gekozen voor een T-vormig inrichtingsplan waarbij de ruimte in de kerk maximaal kon worden benut. Toch was het reeds in 1931 nodig een galerij aan te bouwen om nog meer zitplaatsen te creëren.

Tussen 1890 en 1920 is in Nederland een groot aantal gereformeerde kerken tot stand gekomen, zowel in uitbreidingsgebieden van grote steden als op het platteland ter vervanging van oude kerken die ten gevolge van de samensmelting (Gereformeerden en Dolerenden) te klein waren geworden. Aanvankelijk werden de meeste kerken opgetrokken in de neo-renaissancistische bouwstijl. Na 1900 treedt er, onder invloed van de in Amsterdam werkzame architect Tjeerd Kuipers, een versobering op. De architect van de Oosterkerk in Aalten is in zijn werk in hoge mate beïnvloed door de eveneens in Friesland geboren architect Tj. Kuipers (1857-1942). Tj. Kuipers werkte aanvankelijk in een neo-renaissancistische stijl maar introduceerde na 1900 de berlagiaanse bouwstijl in de gereformeerde kerkbouw. Nauta neemt verschillende kenmerken van Kuipers over in zijn werk zoals een ingangspartij geflankeerd door een grote en een kleinere toren, een T-vormig plattegrond, het overdekken van de kerk door middel van twee elkaar kruisende tongewelven, en een preekstoel gevat in een nis. 

De Oosterkerk in Aalten heeft zowel neo-renaissancistische als berlagiaanse invloeden.

A. Nauta is gemeente-architect geweest in Westdongeradeel (Friesland). Andere werken van hem zijn de gereformeerde kerken in Dieren en Apeldoorn, de gereformeerde kerk te IJlst (1910), de Oosterkerk in Bolsward (1913), het Christelijk gymnasium, Gymnasiumstraat 36, Leeuwarden (1923), de gereformeerde kerk te Wolvega, Kerkstraat 49 (1923), de kerk in Wirdum (1925), de kerk in Nes op Ameland (1925) en de gereformeerde kerk te Sint Annaparochie, van Harenstraat 67 (1926).

De Oosterkerk is in 1991 gerestaureerd.

Tegen de linkerzijgevel van de consistorie bevindt zich een moderne éénlaags aanbouw onder een plat dak die niet onder de bescherming valt.

Omschrijving

De in kruisverband gemetselde bakstenen kerk met consistorie is opgetrokken over één bouwlaag op een kruisvormig grondplan, terwijl de kerk zelf een T-vormig grondplan heeft. De lengte-as van de kerk is noord-zuid gericht met de kansel en het orgel op het zuiden en de entree op het noorden. De armen van het transept zijn driezijdig afgesloten. De kerk heeft op het oosten in de oksel van transept en schip een grote toren met galmgaten en een zijingang. Op het westen, eveneens in de oksel van transept en schip, bevindt zich een uitbouw onder een plat dak met een kleine toren en een zijingang. Beide torens hebben een ingesnoerde torenspits die bedekt is met leien in maasdekking. Het samengestelde dak is eveneens bedekt met leien in maasdekking en watert af via bakgoten op klossen. De gevels van de kerk worden afgesloten door een boogfries dat wordt onderbroken door de topgevels die op het zuiden, oosten en westen liggen. De muren van het transept en van de consistorie zijn voorzien van steunberen. Alle ramen van de kerk hebben een gietijzeren tracering en zijn voorzien van glas-in-lood. Alle uitgespaarde muuropeningen worden afgesloten door een halve cirkelboog, eventueel met geschilderde aanzetstenen, of een bewerkte geschilderde latei.

Rechts naast de hoofdingang is in de muur een steen geplaatst met de tekst "De eerste steen - gelegd den - 15 april 1913".

De voorgevel heeft een tuitgevel met in de top een ventilatie-opening. Op de begane grond bevindt zich centraal een eenlaags uitbouw onder een lessenaarsdak. Het voorvlak van deze uitbouw heeft een risalerend middendeel onder een zadeldak eindigend in een tuitgevel met schouders. Hierin is de entree gesitueerd bestaande uit drie treden en dubbele houten deur met half cirkelvormig bovenlicht voorzien van glas-in-lood. Aan weerszijden van de entree bevindt zich een staand raam dat wordt afgesloten door een decoratief bewerkte, wit geschilderde latei. De zijgevels van de uitbouw hebben elk eenzelfde raam als in het voorvlak. Aan weerszijden van de uitbouw bevindt zich een tweelichtvenster met middenstijl en een halve cirkelvormige afsluiting. De verdieping heeft een groot drielicht venster onderling gescheiden door stijlen, waarvan het middelste venster hoger en breder is en een bakstenen tracering heeft. Hierin bevindt zich een gebrandschilderd gedenkraam uit 1946 ontworpen door Marius Richters met de tekst: "UIT DANKBAARHEID VOOR HULP IN OORLOGSTIJD". Het drielicht venster wordt afgesloten door een halve cirkel boog met geschilderde aanzetstenen. Aan weerszijden van dit raam bevindt zich een smal raam dat aan de bovenzijde wordt afgesloten door een halve cirkelboog.

De rechter zijgevel van het schip heeft rechts een vierkante aanbouw onder een plat dak met een vierkante toren, links op de begane grond een drielicht venster en op de verdieping een tweelichtvenster. De gevels van de aanbouw worden aan de bovenzijde afgesloten door een licht geprofileerde lijst en een bakstenen balustrade die op de hoek wordt onderbroken door de toren. In het voorvlak van de aanbouw bevindt zich op de begane grond een dubbele houten deur met half cirkelvormige bovenlicht afgesloten door een halve cirkelboog met geschilderde aanzetsteen. De verdieping heeft twee staande vensters met aan de bovenzijde een decoratief bewerkte geschilderde latei. In het zijvlak bevindt zich op de begane grond een tweelichtvenster met een gedeelde decoratief bewerkte, geschilderde latei en op de verdieping een staand raam afgesloten door een decoratief bewerkte, geschilderde latei. De toren bevindt zich bovenop de hoek van de uitbouw en heeft in elk vlak een staand raam afgesloten door een decoratief bewerkte, geschilderde latei. De ingesnoerde torenspits wordt bekroond door een windvaantje.

De linker zijgevel van het schip heeft rechts op de begane grond een half cirkelvormig afgesloten drielichtvenster gescheiden door stijlen en op de verdieping een half cirkelvormig tweelichtvenster. Rechts hiervan bevindt zich de grote toren op vierkante grondslag opgetrokken over vier (ongelijke) bouwlagen en afgedekt door een ingesnoerde torenspits die voorzien is van vier dakkapellen. In de onderste bouwlaag bevindt zich in het voorvlak een ingang bestaande uit een stoep en een dubbele houten deur met half cirkelvormig bovenlicht waarin een bakstenen tracering en voorzien van glas-in-lood. In het zijvlak bevindt zich een tweelichtvenster. De tweede bouwlaag bevat in het zijvlak een enkelvoudig staand raam. De derde bouwlaag heeft in zowel voor- als zijvlak een langgerekt, staand tweelichtvenster onderling gescheiden door een bakstenen stijl. De vierde bouwlaag heeft in elk vlak twee galmgaten met schuin geplaatste galmborden en erboven een uitsparing voor een wijzerplaat. De ramen van de toren worden alle afgesloten door een decoratief bewerkte, geschilderde latei.

De gevel van het transept op het oosten is driezijdig afgesloten. De driedeling wordt benadrukt door op de hoeken geplaatste steunberen. De steunberen hebben twee versnijdingen en zijn aan de bovenkant en bij de versnijdingen afgedekt met dekplaten. Het middendeel wordt afgesloten door een tuitgevel met schouders en heeft op de begane grond een vijflichtvenster en op de verdieping een drielichtvenster. De zijdelen hebben op de begane grond een met halve cirkelbogen afgesloten drielichtvenster en op de verdieping een met halve cirkelbogen afgesloten tweelichtvenster. De zuidoostgevel van het transept wordt in tweeën gedeeld door een steunbeer met versnijdingen en een luchtboog. Bovenin bevindt zich aan weerszijden van de steunbeer een tweelichtvenster en op de begane grond bevindt zich rechts van de steunbeer een tweelichtvenster. Links van de steunbeer zit een kleine eenlaags aanbouw waarin twee staande vensters aan bovenzijde afgesloten door een geschilderde latei.

De gevels van de westelijke transeptarm zijn, afgezien van de aanbouw, gelijk aan die op het oosten. Het interieur is vrij gaaf bewaard gebleven. De wanden zijn geheel gepleisterd op de strek van de ramen en de banden na die in baksteen zijn uitgevoerd met natuurstenen aanzetstenen. De houtconstructie van de kap is deels in het zicht gelaten. De spanten hebben aan onderzijde consoles en tussen de muren zijn trekstangen aangebracht. Het plafond is geheel betimmerd.

De kansel is geplaatst in een half cirkelvormige nis en bestaat uit een moderne zeshoekige houten kuip op de oorspronkelijke zeshoekige voet en heeft een dubbele opgang. De dooptuin is niet zoals in de negentiende eeuw afgebakend door een hek maar nog wel als ruimte aanwezig. De galerij is gesitueerd op het zuiden en is in 1931 aangebracht. De houten kerkbanken zijn oorspronkelijk en geplaatst in een T-vormig inrichtingsschema. De voorste rij banken kan worden uitgeklapt tot tafels voor de viering van het avondmaal.

In 1941 werd het nieuwe orgel geplaatst dat afkomstig is uit een andere kerk. Waarschijnlijk zijn toen enkele veranderingen doorgevoerd aan de achterwand om het orgel te kunnen plaatsen zoals vervanging van de bestaande borstwering van het balkon en het inkorten van de pilaren aan weerszijden van het orgel. 

Tweeklaviers mechanisch orgel met vrij pedaal gemaakt in 1977 door de firma Verschueren onder gebruikmaking van grote delen van het oude binnenwerk van het voormalige orgel uit de Zuiderkerk te Amsterdam. Deze monumentale delen zijn vervaardigd door de orgelmaker Friedrichs in 1823. Het gereconstrueerde orgelmeubel is in 1977 nieuw vervaardigd.


Op het zuiden is een consistorie aangebouwd onder een aansluitend schilddak met op het rechter dakschild - van het zuiden uit gezien- een schoorsteen. De ramen van de consistorie zijn opgebouwd uit een enkelruits schuifraam met drieruits bovenlicht dat aan de bovenzijde wordt afgesloten door een decoratief gesneden latei. De zuidgevel heeft drie traveeën en twee steunberen die op de versnijdingen zijn afgedekt met een dekplaat. Elke travee heeft zowel op de begane grond als op de verdieping een raam als boven beschreven. De ramen op de verdieping hebben een ontlastingsboog. De westgevel heeft op de verdieping twee ramen als beschreven met aan de bovenzijde een ontlastingsboog. Links in de gevel bevindt zich een steunbeer die iets hoger opgetrokken is en eindigt in een schouder. De gevel bezit in het midden een steunbeer met dekplaten aan de bovenzijde en op de versnijdingen. De oostgevel bevat twee traveeën met zowel op de verdieping als op de begane grond een raam als boven beschreven. De ramen op de verdieping hebben aan bovenzijde een ontlastingsboog. Rechts in de gevel bevindt zich een iets hoger opgetrokken steunbeer die eindigt in een schouder. De steunbeer in het midden van de gevel is op de versnijdingen en aan bovenzijde afgedekt door een dekplaat.


Waardering
De gereformeerde kerk "Oosterkerk" uit 1913 naar ontwerp van architect A. NAUTA met berlagiaanse en neo-renaissancistische invloeden.

- Van architectuurhistorische waarde als representatief voorbeeld van de ontwikkeling in de gereformeerde kerkbouw aan het begin van de twintigste eeuw. Zowel het interieur als het exterieur van de kerk zijn vrij gaaf bewaard gebleven. Van architectuurhistorisch belang als onderdeel van het oeuvre van A. Nauta. De architect heeft verschillende andere gereformeerde kerken ontworpen.

- Van stedebouwkundige waarde vanwege het belang van het object door de situering in een woonkern en het sterk beeldbepalende karakter ervan.

- Van cultuurhistorische waarde als een bijzondere uitdrukking van het religieuze bewustzijn van de gereformeerde gemeenschap van Nederland en Aalten in het bijzonder.

Info ReactiesFoto's Streetview